Administratiekantoor Bontjes

Nieuws

Beeld Nederlandse economie stabiel

De Nederlandse economie laat in juli een vergelijkbaar beeld zien als een maand eerder. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het vertrouwen van consumenten is in juni 2017 gelijk gebleven. Het oordeel over het economische klimaat veranderde nauwelijks en de koopbereidheid nam iets toe.

Uit de Conjunctuurklok van het CBS blijkt verder dat het producentenvertrouwen toenam in juni. Zowel het producenten- als het consumentenvertrouwen ligt boven het langjarig gemiddelde. Ook de export van goederen groeide in mei verder. Consumenten hebben in april 2,7% meer besteed dan in april 2016. De groei is hoger dan in de voorgaande maand. Consumenten gaven vooral meer uit aan kleding en woninginrichting en aan voedings- en genotmiddelen. Ook aan diensten, zoals woninghuur, reizen met bus of trein, bezoek aan restaurant of kapper, en verzekeringen werd meer uitgegeven. Uitgaven aan diensten maken ruim de helft van de totale binnenlandse consumptieve bestedingen uit.

Het aantal failliet verklaarde bedrijven is gestegen. In juni 2017 zijn er 12 bedrijven meer failliet verklaard dan in mei.

De werkloosheid is in de afgelopen drie maanden met gemiddeld 6.000 per maand gedaald. In mei bedroeg het aantal werklozen 456.000, dat is 5,1% van de beroepsbevolking. Het werkloosheidspercentage is gelijk aan april, maar lager dan drie maanden geleden. Toen bedroeg het werkloosheidspercentage 5,3.
Vooral onder jongeren tot 25 jaar is de werkloosheid gedaald. Het werkloosheidspercentage nam af van 9,7 in februari tot 9,0 in mei. Dat is het laagste niveau sinds maart 2009.

In het eerste kwartaal van 2017 hebben uitzendbureaus, arbeidsbemiddelaars en payrollbedrijven 1,1% meer omgezet dan in het kwartaal ervoor. Deze stijging is minder groot dan in het voorgaande kwartaal. Ook het totaal aantal uitzenduren nam in het eerste kwartaal opnieuw toe.

Het bruto binnenlands product (bbp) is in het eerste kwartaal van 2017 met 0,4% gestegen ten opzichte van het vierde kwartaal van 2016. Dit blijkt uit de tweede berekening van het bbp door het CBS. De groei is vooral te danken aan de investeringen. Ten opzichte van het eerste kwartaal 2016 was de omvang van het bbp 3,2% groter.

Let op: het minimumloon gaat per 1 juli omhoog

De leeftijd voor het volwassenminimumloon zal per 1 juli 2017 stapsgewijs omlaag gaan en het minimumloon voor jongeren stapsgewijs omhoog.

De leeftijd waarop iemand recht heeft op het wettelijk volwassenminimumloon gaat in twee stappen omlaag van 23 jaar naar 21 jaar. Per 1 juli a.s. gaat de leeftijd omlaag van 23 jaar naar 22 jaar. Tegelijkertijd gaat het minimumjeugdloon voor jongeren van 18 tot en 21 jaar in stappen omhoog.

Concreet betekent dit dat uw werknemers van 18 tot en met 22 jaar per 1 juli a.s. een hoger wettelijk minimumloon ontvangen.

Door de stapsgewijze verhoging van het wettelijk minimumloon kunt u als werkgever te maken krijgen met hogere loonkosten.

Vanaf 2017 geldt het zogenaamde Lage Inkomensvoordeel (LIV). Het voordeel kan oplopen tot maximaal € 2.000 per jaar.

Er zijn twee voorwaarden voor werkgevers waaraan hun werknemers moeten voldoen om in aanmerking te komen voor dit voordeel. De werknemer dient minimaal 1.248 uur per jaar werkzaam zijn geweest (werknemers die later in dienst komen of eerder uit dienst gaan is dit evenredig) en de werknemer dient een loon te verdienen tussen de 100% en 125% van het minimumloon.

Hoeveel mag uw kind van 16 of 17 jaar bijverdienen?

De bijverdiensten van kinderen van 16 en 17 jaar kunnen van invloed zijn op de hoogte van de kinderbijslag.

Uw kind mag niet meer dan € 1.265 netto per kwartaal bijverdienen. Het maakt daarbij niet uit of uw kind thuis woont of uitwonend is.

Als uw kind meer dan € 1.265 netto verdient, vervalt voor dat kwartaal de kinderbijslag. Ook het kindgebonden budget stopt dan.

Is uw kind jonger dan 16 jaar, dan maakt het niet uit wat uw kind bijverdient. U krijgt gewoon uw kinderbijslag.

In de zomervakantie hebben kinderen soms een vakantiebaan of werken ze meer dan anders. Uw kind mag in de zomervakantie € 1.299 netto extra verdienen (dus € 1.265 + € 1.299).

Als uw kind door het jaar heen een baantje heeft en in de vakantie nog wat extra werkt bij dezelfde werkgever, dan wordt het extra werk als vakantiewerk gezien.

Kijk op de website van het SVB voor meer informatie.

Autobrief II aangenomen door Tweede Kamer

Op 12 april 2016 is het Wetsvoorstel Wet uitwerking Autobrief II aangenomen door de Tweede Kamer. Belangrijke aanpassing t.o.v. het oorspronkelijke wetsvoorstel is dat ook voor PHEV's al vanaf 1 januari 2017 de bijtelling 22% bedraagt.

Dat betekent dat van 2017 tot en met 2020 voor auto's zonder CO2-uitstoot een bijtelling van 4% geldt en voor alle andere auto's een bijtelling van 22%.

Voortaan moet na de eerste periode van 60 maanden nadat de auto voor het eerst op kenteken is gezet, ieder jaar opnieuw het percentage worden beoordeeld. Op grond van voorgesteld overgangsrecht moet dat ook gaan gelden voor auto's van vóór 1 januari 2017. Onder de huidige regeling gaat na een periode van 60 maanden elke keer een nieuwe periode van 60 maanden in.

Andere aanpassingen zijn:

  • MRB
    Om de PHEV's voor de Nederlandse tweedehandsmarkt aantrekkelijker te maken blijft het halftarief van toepassing t/m 2020. Eerder was voorgesteld om m.i.v. 1 januari 2019 het halftarief om te zetten naar een driekwarttarief.
  • BPM
    De voorgestelde verlaging van de BPM t/m 2020 met 12% gaat niet gelden voor de dieseltoeslag. Daardoor daalt de BPM op nieuwe dieselauto's minder snel dan de BPM op benzineauto's en wordt het verschil tussen beide categorieën alleen maar groter.
Er wordt verwacht dat de Eerste Kamer akkoord zal gaan met het wetsvoorstel.

Einde VAR, welkom modelovereenkomst

Per 1 mei 2016 valt definitief het doek voor de VAR-verklaring. De verklaring maakt plaats voor een nieuw systeem van (model)overeenkomsten tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. U bent straks samen verantwoordelijk voor (het beoordelen van) de arbeidsrelatie en eventuele inhouding en afdracht van loonheffingen. Onder de VAR lag de aansprakelijkheid alleen bij de opdrachtnemer.

Op 1 mei 2016 treedt de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DAB) in werking. De consequenties hiervan zijn:

  • voor de opdrachtgever: u moet kritisch kijken naar de werkrelatie en of er dus geen sprake is van een verkapt dienstverband. Zaken die hierbij een rol spelen zijn bijvoorbeeld de mate van vrijheid om zelf het werk in te delen en of er sprake is van een gezagsverhouding.
  • voor de opdrachtnemer: naast bovenstaande criteria gelden ook de eisen voor ondernemerschap van de Belastingdienst. Bijvoorbeeld of u meerdere opdrachtgevers heeft, het urencriterium en of u winst maakt.
Overgangsregeling:
U heeft tot 1 mei 2017 de tijd om te bepalen of het nodig is om met een modelovereenkomst te werken en om te bepalen welke modelovereenkomst past bij uw manier van werken. Er geldt per 1 mei 2016 echter wel een inspanningsverplichting; zowel opdrachtgever als opdrachtnemer moeten beiden actief bezig zijn met de overgang.

Kinderalimentatieverplichting

Sinds 1 januari 2015 is de kinderalimentatie geen persoonsgebonden aftrekpost meer. Hierdoor kan de betalende ouder de betaalde kinderalimentatie voor de inkomstenbelasting niet meer aftrekken van het inkomen. De kinderalimentatieverplichting kan nog wel als schuld worden opgenomen in Box III. Dit kan belasting besparen als:

  • de betalende ouder een vermogen heeft in Box III, dat groter is dan het heffingsvrije vermogen. Het heffingsvrije vermogen is € 21.330 per persoon;
  • het bedrag van de kinderalimentatieverplichting, samen met de andere schulden in Box III, meer bedraagt dan € 3.000 per persoon.

Het ministerie van Financiën wil deze mogelijkheid met ingang van 2017 afschaffen. De hiervoor genoemde bedragen gelden voor 2015.
De hoogte van de kinderalimentatieverplichting is onder andere afhankelijk van:

  • de hoogte van het bedrag aan kinderalimentatie;
  • hoe lang de kinderalimentatie nog verschuldigd is en
  • de waarderingsregels die zijn voorgeschreven voor periodieke uitkeringen.
Uw belastingadviseur kan u helpen bij het berekenen van de hoogte van de verplichting. De ontvangen bedragen aan kinderalimentatie en het recht op kinderalimentatie zijn voor het kind (of de gezag uitoefende ouder) niet belast voor de inkomstenbelasting.

Belastingteruggaaf bij wisselend inkomen

Als ondernemer kont het zelden voor dat het belastbaar inkomen uit werk en woning jaar na jaar rond hetzelfde bedrag ligt. Met name in de afgelopen lastige jaren, zal uw onderneming het ene jaar beter hebben gedraaid dan een ander jaar.

Dankzij de zogenoemde middelingsregeling is het mogelijk dat u door deze wisselende inkomens recht heeft op belastingteruggaaf.
Dat zit zo: als u een sterk wisselend inkomen heeft, betaalt u meer belasting dan wanneer uw inkomen gelijkmatig verdeeld is. Met de middelingsregeling berekent u het gemiddelde inkomen over drie aaneengesloten jaren. Vervolgens wordt de belasting berekend die u op basis van dit gemiddelde bedrag moet betalen. De eerste € 545 van het verschil tussen de verschuldigde en de herrekende belasting krijgt u niet terug.

Jaarlijkse schenkingsvrijstelling kinderen

Als u van plan bent om aan uw kinderen te schenken, dan kan dat in 2015 tot een bedrag van € 5.277, zonder dat hierover schenkbelasting hoeft te worden betaald. Door te schenken kan zowel inkomstenbelasting als in de toekomst erfbelasting worden voorkomen.
Let op: om te bepalen of deze vrijstelling niet wordt overschreden, moeten alle schenkingen die u in 2015 aan één begiftigde heeft gedaan, bij elkaar worden opgeteld. Wilt u dit jaar nog schenken, zorgt u er dan voor dat u de overboeking ruim voor het eind van het jaar doet zodat deze nog in 2015 wordt uitgevoerd.
Als uw kind is getrouwd zonder dat er huwelijkse voorwaarden gelden, dan loopt het kind het risico dat bij echtscheiding de schenking moet worden gedeeld met de ex-partner. Dit kunt u voorkomen door een uitsluitingsclausule te verbinden aan de schenking. Daardoor blijft het geschonken bedrag privévermogen van uw eigen kind. U kunt een 'zachte uitsluitingsclausule' opnemen. Dan geldt de uitsluitingsclausule niet als het huwelijk eindigt door overlijden, maar alleen als het huwelijk door echtscheiding wordt ontbonden.

Vrijstelling eigenwoningschenking verruimd per 2017
Wilt u uw kinderen (of iemand anders) steunen bij de aankoop van een eigen woning? Dan kan het voordelig zijn om tot 1 januari 2017 te wachten met schenken. De huidige schenkingsvrijstelling voor de eigen woning wordt naar verwachting namelijk vanaf 1 januari 2017 verruimd. Straks kunt u, onder voorwaarden, tot € 100.000 onbelast schenken voor de eigen woning. Eén van de voorwaarden is dat de verkrijger (of de fiscaal partner) tussen de 18 en 40 jaar is.

Loon DGA

Heeft u de nieuwe gebruikelijk loon regels dit jaar toegepast?
Uw loon bedraagt het hoogste van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het loon van de meest verdienende werknemer van uw B.V. of daarmee verbonden lichamen;
  • € 44.000.

U mag nog steeds uw loon lager vaststellen indien u dit aannemelijk kunt maken. Om discussie te voorkomen, kunt u de vaststelling van het loon van te voren door de Belastingdienst laten goedkeuren.

U kunt als DGA uw fiscaal voordeel behalen met de werkkostenregeling. Deze is in 2015 1,2% van de loonsom, de vrije ruimte. Aan het einde van dit jaar dient u uw vrije ruimte te berekenen en te toetsen of u deze overschrijdt. Is er nog ruimte, maak hier dan gebruik van en laat uw bonus onder de vrije ruimte vallen.
U dient wel te voldoen aan de gebruikelijkheidstoets dat u de bonussen in het verleden ook al onder de eindheffing liet vallen en dat de bonus niet ongebruikelijk hoog is.

Ook met de concernregeling valt fiscaal voordeel te behalen. Deze maakt het mogelijk om de vrije ruimtes binnen één concern samen te voegen. U kunt dus de vrije ruimtes van bijvoorbeeld de holding en de werkmaatschappij samenvoegen. Aan het einde van dit jaar moet u een berekening maken van de samengevoegde vrije ruimtes. Benut deze optimaal.

Fiscale Oudedagsreserve (FOR)

U kunt als ondernemer geld opzij zetten binnen uw onderneming voor uw oude dag. Dit geld reserveert u in de Fiscale Oudedagsreserve (FOR).
Voldoet u aan het urencriterium en had u aan het begin van dit jaar de AOW-leeftijd nog niet bereikt, dan mag u bij voldoende eigen vermogen een deel van de winst toevoegen aan uw FOR. Over dit deel betaalt u dan nog geen inkomstenbelasting. Dit jaar bedraagt de toevoeging 9,8% van de winst. Het maximumbedrag bedraagt € 8.640.

De FOR zorgt voor uitstel van belastingheffing, maar niet voor afstel. Op de opgebouwde reserve rust nog een belastingclaim. Op enig moment, vaak als u stopt met uw onderneming, zult u moeten afrekenen. U kunt dit voorkomen door de FOR periodiek of op enig moment af te storten in een lijfrente.

U kunt ook uw pensioen buiten uw onderneming regelen. Het kabinet zou de ZZP'er hierin faciliteren, maar dit gaat niet door. U moet zelf zorgen voor uw verzekeringen en (aanvullende) oudedagsvoorziening.

Einde VAR

Per 1 april 2016 is naar alle waarschijnlijkheid de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) definitief ten einde. Dan kunt u werken met door de Belastingdienst beoordeelde en goedgekeurde voorbeeldovereenkomsten.
Dit is niet verplicht, maar alleen als daadwerkelijk wordt gewerkt volgens een dergelijke overeenkomst, heeft de opdrachtgever vooraf de zekerheid dat hij geen loonheffingen hoeft in te houden en te betalen.

De Belastingdienst heeft de eerste 5 voorbeeldovereenkomsten vrijgegeven. Nu is het wachten op instemming van de Eerste Kamer met de vervanging van de VAR. Daarna zal de Belastingdienst op korte termijn het aantal beoordeelde en goedgekeurde voorbeeldovereenkomsten flink uitbreiden.

Bewaartermijn 2008 bijna verstreken

De administratie van uw onderneming moet 7 jaar worden bewaard.
Aan het einde van 2015 kan dus de administratie over 2008 en eventueel voorgaande jaren worden weggedaan. Het is echter verstandig om niet alles weg te doen. Zo moet in verband met de herzieningstermijn voor de btw de administratie van onroerende zaken 10 jaar in plaats van 7 jaar worden bewaard.

Permanente documenten, zoals notariële akten, pensioenpolissen, vaststellingsovereenkomsten met de Belastingdienst, moeten natuurlijk altijd worden bewaard.

Verder is het verstandig om de volgende stukken te bewaren:

  • Aangiften inkomstenbelasting van de jaren dat u hypotheekrenteaftrek had. Immers rente is maar 30 jaar lang aftrekbaar dus dan moet u weten wanneer die is ingegaan.
  • Informatie over erfdelen. Heeft u nog een overbedelingsvordering op bijvoorbeeld moeder welke is ontstaan bij overlijden van vader, dan is die informatie weer belangrijk bij overlijden van moeder. En hoe heeft u de oprenting geadministreerd.
  • De jaarlijks uit te voeren periodieke verrekening bij huwelijkse voorwaarden.
  • Heeft u in het verleden geld gekregen van uw ouders en dat weer terug geleend (de bekende notariële schenking tegen schuldigerkenning) dan doet u er goed aan de jaarlijks betaalde rente goed te administreren en dat ook te bewaren tot het overlijden van de langstlevende ouder.
  • Heeft u geld geschonken gekregen en is bij de bankoverschrijving melding gemaakt van de uitsluitingsclausule, dan moet u dat bankafschrift ook altijd bewaren.
  • Wees dus kritisch met wat u weg kan gooien en wat niet en hou de termijnen in het oog.

Fiscale regels kerstpakketten

Onder de werkkostenregeling (WKR) mag zoals bekend maximaal 1,2% van de totale (fiscale) loonsom van het bedrijf besteed worden aan onbelaste verstrekkingen en vergoedingen door werknemers. Dit is de vrije ruimte. Komt het bedrag van de vergoedingen boven die grens? Dan moet u over dat extra bedrag 80% belasting betalen.

De aanschaf van de kerstpakketten valt in de 1,2% vrije ruimte en worden dus in mindering gebracht op het WKR-budget van 1,2%. Het is belangrijk na te gaan welk deel van de vrije ruimte reeds is benut door andere zaken gedurende 2015. Uw administratie moet er op ingericht zijn om dat inzichtelijk te maken.

Gebruikelijkheidstoets
De enige voorwaarde waar dan nog wel rekening mee gehouden moet worden, is de gebruikelijkheidstoets. Deze toets schrijft voor dat de uitgave niet meer dan 30% mag afwijken van soortgelijke uitgaven in uw bedrijf of branche.

VAR in 2016

De VAR verdwijnt later dan verwacht, de overgangsregeling wordt verlengd.

De invoering van de 'Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties' wordt waarschijnlijk verplaatst van 1 januari 2016 naar 1 april 2016.
Met de invoering van deze wet verdwijnt de Verklaring arbeidsrelatie (VAR). Wie nu al een VAR voor 2014 of 2015 heeft, hoeft meestal geen nieuwe VAR voor 2016 aan te vragen.

Waarschijnlijk gaat de VAR per 1 april 2016 verdwijnen. In de tussentijd blijft de overgangsregeling gelden. Dat betekent dat een VAR voor 2014 of 2015 geldig blijft totdat de nieuwe wet is ingegaan, en zolang het werk hetzelfde blijft en onder dezelfde omstandigheden en voorwaarden wordt uitgevoerd. Verandert het werk, of veranderen de omstandigheden en de voorwaarden waaronder u werkt, vraag dan een nieuwe VAR aan.

Hebt u al een VAR voor 2016 aangevraagd? Dan hebt u misschien bericht van de Belastingdienst gekregen dat zij de aanvraag niet in behandeling gingen nemen. Dat gaan ze alsnog doen.

Eigenaar sjoemeldiesel

Belastingdienst jaagt niet op eigenaar sjoemeldiesel.

Mensen met een dieselauto waarmee gesjoemeld is om de auto schoner te laten lijken, hoeven niet bang te zijn dat de Belastingdienst achter hen aan komt. Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën zei dat dinsdag bij RTLZ.

Leaserijders met schone diesels hebben soms fiscale voordelen gehad die naar nu blijkt gebaseerd kunnen zijn op gemanipuleerde metingen over de uitstoot. Deze mensen hebben te goeder trouw gehandeld en zijn bedrogen door de autofabrikanten, aldus Dijsselbloem. De fiscus gaat de rekening niet bij hen neerleggen, benadrukte hij.

Dijsselbloem gaat er ondertussen 'rustig naar kijken' of het mogelijk is wel een schadeclaim bij Volkswagen in te dienen.

Vraag voor 2016 geen VAR aan

Vanaf 1 januari 2016 verdwijnt de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). De Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel hiervoor goedgekeurd. De Eerste Kamer moet dit voorstel nog behandelen.

Normaal gesproken kunt u ieder jaar vanaf september een VAR aanvragen voor het volgende jaar, maar dit jaar hoeft dat niet. Doet u toch een VAR-aanvraag voor 2016, dan behandeld de Belastingdienst deze, in afwachting van de besluitvorming in de Eerste Kamer, niet.

Een VAR voor 2015 kunt u nog wel aanvragen.

Activeer uw digitale postbus

Onlangs is het Wetsvoorstel elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst door de Tweede Kamer aangenomen. Het wetsvoorstel maakt de weg vrij voor de Belastingdienst om berichten alleen nog digitaal te verzenden.

Nu worden bijvoorbeeld toeslagbeschikkingen zowel elektronisch als schriftelijk verzonden. Door de wetswijziging krijgt u de toeslagbeschikkingen, die eind 2015 worden vastgesteld, alleen nog digitaal toegezonden.

Weet u hoe u deze berichten kunt ontvangen?

Belastingplichtigen vanaf 14 jaar hebben een digitale brievenbus bij de overheid. Deze brievenbus is te vinden op www.mijnoverheid.nl. Op deze website kan via de eigen DigiD de digitale brievenbus worden geopend. De toeslagbeschikkingen (en op termijn ook andere berichten van de Belastingdienst) worden in deze brievenbus geplaatst. Als u wilt weten wanneer een bericht wordt geplaatst, dan kunt u dit aangeven op de website, zodat u een email ontvangt.

Houdt u er rekening mee dat u niet langer schriftelijk op de hoogte wordt gesteld van uw toeslagbeschikkingen voor het jaar 2016.

De auto vanaf 2016

De belasting op auto’s is ingewikkeld en wijzigt jaarlijks. Staatssecretaris Wiebes heeft er dan ook voor gekozen om de Autobrief 2.0 op te stellen en het beleid met betrekking tot belastingheffing op auto’s voor de komende 4 jaar vast te stellen.

Bijtelling
Tot op heden zijn er 5 bijtellingscategorieën, te weten:
4%, 7%, 14%, 20% of 25% van de catalogusprijs.
Welk percentage van toepassing is, is afhankelijk van de CO2-uitstoot van je auto. Jaarlijks konden de bijtellingspercentages of grenzen van de CO2-uitstoot worden aangepast. Dit maakte het inzicht in de regeling wat betreft belastingheffing op auto’s niet helderder. Daarnaast heeft het kabinet afgesproken dat hybride auto’s (die zowel op elektra als op fossiele brandstof rijden) nog tot en met het jaar 2018 fiscaal gestimuleerd worden.

Voormelde combinatie heeft de wetgever doen besluiten om het aantal bijtellingspercentages stapsgewijs af te bouwen. Dit gaat als volgt gebeuren:

  • Nulemissie: blijft 4% t/m 2020
  • Zéér zuinig (1-50 gr/km): 15% in 2016, 17% in 2017, 19% in 2018 en 22% vanaf 2019
  • Zuinig (51-106 gr/km): 21% in 2016 en 22% vanaf 2019
  • Overig (>106 gr/km): 25% in 2016 en 22% vanaf 2019
  • Uiteindelijk blijven er dus 2 bijtellingscategorieën over: één voor volledige elektrische auto’s en één voor alle overige categorieën. De bijtelling van 4% voor volledig elektrische auto’s (met uitzondering van auto’s die op waterstof rijden) is wel beperkt tot een catalogusprijs van € 50.000. Daarboven geldt een bijtellingspercentage van 22%.

    Overige maatregelen
    De motorrijtuigenbelasting voor personenvoertuigen gaat met gemiddeld 2% omlaag ten koste van de meest vervuilende dieselpersonen- en dieselbestelauto’s; Zuinige personenauto’s in het kleine en middensegment worden minder zwaar belast; De aanschafbelasting (BPM) gaat stapsgewijs naar beneden met in totaal 12% tot 2020. De mogelijkheid van jaarbetaling van motorrijtuigenbelasting wordt per 1 juli 2016 afgeschaft. Vanaf dan kan alleen nog 3 maanden vooruit worden betaald of per maand.

Aangifte vóór 15 april is ook vóór 1 juli bericht

Mensen die hun belastingaangifte vóór 15 april insturen, ontvangen nog vóór 1 juli bericht van de Belastingdienst.

Dat maakte staatssecretaris Wiebes maandagavond bekend. Met deze verruiming hebben mensen twee weken langer de tijd om hun aangifte in te dienen als zij gegarandeerd vóór 1 juli bericht willen ontvangen. Voor mensen die tussen 15 april en 1 mei aangifte doen, geldt deze garantie niet. Met deze maatregel wil de Belastingdienst voorkomen dat men nu nog massaal aangifte gaat doen vóór 1 april.

Let wel: als u gebruik wilt maken van de uitstelregeling voor belastingconsulenten dient u dit vóór 1 april 2015 aan te vragen.

Let op als u aangifte hebt gedaan met software van de Belastingdienst

Hebt u aangifte gedaan voor 10 maart 2015 met de online aangifte van de Belastingdienst? Daarna zijn er aanpassingen gedaan aan de online aangifte. Die kunnen in sommige gevallen invloed hebben op de uitkomst van uw aangifte.

De volgende technische onvolkomenheden zijn ontdekt bij de Belastingdienst:

  • specificatie bank bij beleggingen buitenland
  • problemen met afdrukken
  • inkomensafhankelijke combinatiekorting (2)
  • inkomensafhankelijke combinatiekorting (1)
  • levensonderhoud kinderen onder 21
  • ouderentoeslag
  • drempel zorgkosten
  • kapitaalverzekering
Let op: In sommige gevallen moet u uw aangifte aanvullen en opnieuw versturen. U leest hier meer over op de site van de Belastingdienst.

Aandachtspunten IB-aangifte 2014

De vooraf ingevulde aangifte (VIA) voor 2014 is weer beschikbaar.
Net als in de afgelopen jaren moet goed worden gecheckt of het aan de Belastingdienst opgegeven rekeningnummer correct is.
Er zijn weer enkele fouten in de vooringevulde aangifte geslopen; in box 3 worden bijvoorbeeld sommige spaarrekeningen ten onrechte aangemerkt als kapitaalverzekeringen. De Belastingdienst wijst er meerdere keren (terecht) op dat het controleren van de vooringevulde gegevens een verantwoordelijkheid van de belastingplichtige is: checken dus!

Hogere AOW-leeftijd
De AOW-leeftijd is op 1 januari 2014 met 2 maanden verhoogd. Als u in 2014 de AOW-leeftijd hebt bereikt, betaalde u twee maanden langer premies AOW en ontving u twee maanden later uw eerste AOW-uitkering. Ook kan de hogere AOW-leeftijd gevolgen hebben voor de heffingskortingen, bijvoorbeeld voor de (alleenstaande) ouderenkorting.

Oudedagsvoorzieningen
De aftrekbare premies voor lijfrenten zijn beperkt tot 15,5% van de premiegrondslag. De vermenigvuldigingsfactor is verlaagd naar 7,2%. Ook is het percentage voor de opbouw van een fiscale oudedagsreserve (FOR) verlaagd naar 10,9%.

Verlaagd aanmerkelijkbelangtarief voor 2014
Het aanmerkelijkbelangtarief (ab-tarief) was voor 2014 eenmalig verlaagd naar 22% tot een ab-inkomen van 250.000 euro. Per 2015 geldt weer het tarief van 25% voor alle inkomsten.

Bijtelling privégebruik auto
De bijtelling is voor auto’s tot 51 gr/km verhoogd naar 7%, voor nulemissie-auto’s naar 4%.

Overdraagbare algemene heffingskorting
Het aan de minstverdiende partner overdraagbaar bedrag wordt sinds 2009 afgebouwd en is voor 2014 vastgesteld op maximaal € 1.262. De eerdere overgangsregeling geldt niet meer: alleen als de minstverdiende partner vóór 1-1-1963 is geboren kan maximaal de volledige heffingskorting van € 2.103 worden doorgeschoven.

Arbeidskorting voor 2014 nog meer inkomensafhankelijk en afbouw van algemene heffingskorting
De arbeidskorting was al inkomensafhankelijk maar wordt vanaf 2014 sneller afgebouwd waardoor meer mensen (uiteindelijk) te maken krijgen met een correctie bij de IB-aangifte.
Vanaf 2014 wordt ook de algemene heffingskorting afgebouwd vanaf een bepaald belastbaar inkomen.

Begin aftopping hypotheekrenteaftrek
Vanaf 2014 wordt het maximale percentage waartegen eigenwoningkosten kunnen worden afgetrokken in stappen van 0,5% per jaar verlaagd, tot uiteindelijk 38%. Deze beperking wordt bereikt door een herberekening van het fiscale voordeel en een bijtelling voor het verschil. Voor 2014 wordt uitgegaan van een maximale aftrek van 51,5%: eerst wordt de eigenwoningaftrek tegen maximaal 52% berekend, daarna volgt een correctie in de aangifte om rekening te houden met maximering op 51,5%. De maximering geldt niet voor ondernemerswoningen.

Specifieke zorgkosten
Met ingang van 1 januari 2014 zijn de volgende posten én eigen bijdragen die uit het basispakket Zvw volgen ook niet meer aftrekbaar als specifieke zorgkosten: uitgaven voor een scootmobiel, rolstoel en woningaanpassingen. Bovendien is de dieetkostentabel flink gewijzigd.

Belastingrente flink verhoogd
Voor de belastingrente wordt vanaf 2014 ook een minimumpercentage gehanteerd: er wordt aangesloten bij de wettelijke rente maar de belastingrente bedraagt minimaal 4%.

Alternatief voor online aangifte inkomstenbelasting standby

Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft een toelichting gegeven op de aangiftecampagne. Dit jaar kunnen mensen voor het eerst online aangife doen. Dat heeft gevolgen voor de kwetsbare en complexe ICT-systemen van de Belastingdienst. Daarom is een alternatief voorhanden mochten de systemen overbelast raken.

Massale belangstelling
Op de eerste campagnedag (1 maart) was er massale belangstelling voor de online aangifte. Hierdoor liep het systeem regelmatig vast. Na de piek van enkele uren op de eerste campagnedag is het gebruik van de online aangifte genormaliseerd, zo bevestigt Wiebes.
Inmiddels hebben bijna 1,3 miljoen mensen hun gegevens gedownload en zijn bijna 0,9 miljoen aangiften ingediend. De aangifte-app is 269.292 keer gebruik gemaakt. Mensen krijgen dit jaar een maand langer de tijd om hun aangifte inkomstenbelasting 2014 in te sturen.

Op een later moment
De site van de Belastingdienst heeft een ruime capaciteit. Op elk moment van de dag kunnen tienduizenden mensen tegelijk aangifte doen. Om overbelasting van de site te voorkomen omdat teveel mensen tegelijk aangifte doen, krijgen sommigen het verzoek om later in te loggen.
Afhankelijk van de stabiliteit van de systemen zal het aantal mensen dat tegelijk aangifte kan doen, de komende dagen geleidelijk worden opgevoerd.

Alternatief achter de hand
Los van de spreiding en de beperking van het aantal mensen dat tegelijk kan inloggen, is een groot aantal ‘what if’ scenario’s uitgewerkt voor het geval dat de systemen toch overbelast raken. Zo heeft de Belastingdienst naast de online aangife onder andere het easytax-aangifteprogramma als alternatief achter de hand. Indien nodig kan Easytax binnen enkele uren als alternatief aan iedereen worden aangeboden.

Problemen
De online aangifte werkt overigens niet vlekkeloos. De Belastingdienst heeft al verschillende problemen gemeldt. Zo zijn er problemen met afdrukken en kan in het scherm 'Bankrekeningen en andere bezittingen' soms onterecht een vinkje staan bij 'Kapitaalverzekeringen'.

Waarschuwing voor neptelefoontjes

De Belastingdienst krijgt meldingen van neptelefoontjes aan burgers en bedrijven. Daarin wordt geëist dat er een belastingschuld wordt betaald. U herkent een neptelefoontje als de beller afwijkt van de regels die de Belastingdienst aanhoudt.

Als de Belastingdienst u belt over een belastingschuld, houden ze zich aan de volgende regels:

  • Ze verwijzen altijd naar eerdere correspondentie die bij u bekend moet zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een aanslag, een betalingsherinnering of een lopende betalingsregeling.
  • Betalingen maakt u alleen over op IBAN (rekeningnummer) van de Belastingdienst NL86INGB 0002 4455 88.
  • Ze vragen u nooit om uw bankgegevens, wachtwoorden of inlogcodes.
  • U ontvangt altijd een bevestiging van afspraken over een betalingsregeling.

Fiets van de zaak in 2015

Zoals bekend, wordt de werkkostenregeling vanaf 2015 verplichte kost voor alle werkgevers. Dit betekent dat ook de fiscale regeling voor de fiets van de zaak komt te vervallen. Deze regeling maakt het onder voorwaarden mogelijk om onbelast een fiets met een waarde van maximaal € 749,- aan werknemers te vergoeden, te verstrekken of ter beschikking te stellen.

Door de afschaffing van de fiscale bedrijfsfietsregeling is er momenteel een grote toeloop bij de fietsenhandelaren, waardoor het afleveren van fietsen voor 31 december 2014 niet altijd haalbaar is. De fietsbranche maakte onlangs bekend dat de Belastingdienst nu heeft toegezegd dat voor een fiets die uiterlijk 31 december 2014 is besteld en betaald aan de fietsenhandelaar of vergoed aan de werknemer, bij aflevering vóór 1 april 2015, nog de ‘oude’ fietsregeling van 2014 mag worden toegepast.

Binnen de werkkostenregeling kunt u ook nog onbelast een fiets van de zaak geven of vergoeden, mits deze in de vrije ruimte van 1,2% van de fiscale loonsom valt.

Registratie BTW-nummer

Voorkom hoge kosten voor onnodige registratie BTW-nummer op Europees niveau.

Veel ondernemers krijgen de laatste tijd een aanbod om hun BTW-nummer te laten registreren op Europees niveau (EU-VAT Registration) tegen hoge kosten die soms oplopen tot meer dan €700. Een dergelijke registratie is onnodig.

Alleen de Belastingdienst registreert en geeft BTW-nummers af. BTW-nummers worden bij afgifte automatisch ook op Europees niveau geregistreerd. Er is dus geen enkele reden om u op een andere manier te laten registreren. Ga dus niet in op een dergelijk aanbod.

Inmiddels zijn hierover in Europa al honderden fraudemeldingen binnengekomen. De Europese Commissie waarschuwt hiervoor op haar internetsite.

Andere Europese ondernemers kunnen de echtheid van uw BTW-nummer kosteloos controleren op de internetsite van de Europese Commissie.

Wijziging pensioenopbouw

In 2014 is de maximale pensioenopbouw (fiscaal) beperkt in verband met de verhoging van de AOW-leeftijd en de pensioenleeftijd (richtleeftijd). Dit kan gevolgen hebben gehad voor de pensioenregeling van uw werknemers.
Per 1 januari 2015 komt daar een aantal maatregelen bij.

Verdere beperking pensioenopbouw
Op 1 januari 2014 zijn de maximale opbouwpercentages verlaagd. Op 1 januari 2015 wordt de ruimte voor pensioenopbouw verder beperkt. Uitgangspunt is daarbij dat werknemers in 40 jaar een ouderdomspensioen kunnen opbouwen van maximaal 75% van hun gemiddelde loon. Het jaarlijkse opbouwpercentage gaat voor middelloonregelingen omlaag van 2,15% (2014) naar 1,875% (2015) en voor eindloonregelingen van 1,9% (2014) naar 1,657% (2015). De opbouwpercentages voor partner- en wezenpensioen worden evenredig verlaagd.

Beperking pensioengevend loon
Daarnaast wordt de maximale hoogte van het pensioengevend loon beperkt. Het pensioengevend loon wordt vanaf 1 januari 2015 begrensd op maximaal €100.000. Werknemers met een hoger loon dan €100.000 kunnen over dat hogere loon alleen een zogenoemd netto pensioen of netto lijfrente opbouwen. Omdat de premies uit het netto-inkomen worden betaald, zijn de bijbehorende uitkeringen vrijgesteld van inkomstenbelasting. Ook hoort de waarde van de netto lijfrente of het netto pensioen niet tot het belaste vermogen in box 3. De grens van €100.000 geldt niet voor arbeidsongeschiktheidspensioen.

Belastingaanslag 2014, meer tijd

4 maanden extra de tijd voor betalen aanslag inkomstenbelasting 2014

Iedereen die volgend jaar een aanslag inkomstenbelasting over 2014 moet betalen, krijgt daar 4 maanden extra de tijd voor van de Belastingdienst.

De 4 maanden komen boven op de gebruikelijke betalingstermijn van 6 weken. Over deze periode hoeft u geen invorderingsrente te betalen.

Belastingaanslag 2014

De Belastingdienst heeft op 3 november 2014 (opnieuw) het volgende bericht op zijn website geplaatst:

Sinds 1 januari 2014 is een aantal belastingregels veranderd. De kans is groot dat u daardoor over 2014 meer belasting moet betalen dan u verwacht, of minder terugkrijgt. Geldt voor u het volgende? U had in 2014 een of meer van de volgende inkomsten:

  • loon
  • uitkering
  • winst uit onderneming
  • resultaat uit overig werk
  • deze inkomsten waren in totaal hoger dan 25.000 euro
Dan hebt u in 2014 vermoedelijk te weinig belasting betaald.Dit heeft gevolgen voor uw aanslag over 2014. Als u belasting moet betalen, is het bedrag waarschijnlijk hoger dan u verwacht. Als u geld terugkrijgt, is het bedrag waarschijnlijk lager dan u verwacht. Het is ook mogelijk dat u verwacht geld terug te krijgen, maar dat u in plaats daarvan moet betalen.

Wettelijk minimumloon per 1 januari 2015

De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon stijgen per 1 januari 2015. Het aanpassingspercentage na afronding is 0,44.

Het wettelijk brutominimumloon (WML) voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 januari 2015:

  • 1.501,80 euro per maand (was 1.495,20 euro per 1 juli 2014);
  • 346,55 euro per week (was 345,05 euro per 1 juli 2014);
  • 69,31 euro per dag (was 69,01 euro per 1 juli 2014).

Wijzigingen tijdelijke contracten

Tijdelijke contracten – de belangrijkste wijzigingen per 1 januari 2015

  • Bij afloop van een contract van 6 maanden of korter moet de medewerker hierover geïnformeerd worden. Uiterlijk eenn maand voor het einde van de overeenkomst moet er op papier staan of de overeenkomst al dan niet wordt voortgezet en wat de voorwaarden zijn bij een eventuele voortzetting van de overeenkomst. Er is een boete verschuldigd aan de medewerker als de aanzegtermijn van eenn maand niet correct in acht wordt genomen.
  • Bij een oproepcontract is de werkgever verplicht het vastgestelde loon uit te betalen, indien de medewerker is opgeroepen maar het werk geheel of gedeeltelijk niet heeft uitgevoerd.
    Als de werkgever echter kan aantonen dat het de schuld van de medewerker was, hoeft geen loon uitbetaald te worden. Hierop zijn uitzonderingen van toepassing.
  • Bij contracten van 6 maanden of korter is geen proeftijd meer mogelijk.
    Verder is het belangrijk om te weten dat de proeftijd schriftelijk vastgelegd dient te worden vóór aanvang van de werkzaamheden.
  • Een concurrentiebeding is niet meer mogelijk voor tijdelijk contracten.
    Een alternatief hiervoor is een relatiebeding.

Werkkostenregeling

Werkkostenregeling (WKR) verplicht per 1 januari 2015

De WKR bestaat al enige tijd, maar is vanaf 1 januari 2015 verplicht. Deze regeling heeft betrekking op vergoedingen en verstrekkingen aan personeel welke onder één van de volgende punten vallen:

    1. Nihilwaarderingen: deze zijn onbelast. Voorbeelden hiervan zijn bedrijfsfitness, consumpties op het werk (anders dan maaltijden) en werkkleding.
    2. Gerichte vrijstellingen: deze mogen onbelast worden vergoed zolang ze voldoen aan de betreffende regels, bijvoorbeeld reiskosten - € 0,19 per km mag onbelast worden vergoed.
    Andere gerichte vrijstellingen zijn bijvoorbeeld: cursussen en opleidingen, computers, communicatiemiddelen, maaltijden en korting op eigen producten/diensten.
    3. Vrije ruime: hieronder vallen alle overige vergoedingen en verstrekkingen. De vrije ruimte bestaat uit 1,2% van de totale loonkosten per jaar. Als het bedrag boven de vrije ruimte uitkomt, moet hierover 80% eindheffing afgedragen worden.

    Op dit moment is de besluitvorming over de wijzigingen in de werkkostenregeling nog niet afgerond. Zodra de wijzigingen definitief zijn, informeren we je hierover.

Personeel wijzigingen per 1 juli 2015

Per 1 juli 2015 treden nog een aantal wijzigingen in werking m.b.t. personeel:

Flexibele arbeid
De veranderingen gelden voor arbeidsovereenkomsten die óp of ná 1 juli 2015 zijn afgesloten. Met uitzondering van medewerkers die jonger zijn dan 18 jaar en maximaal 12 uur per week werken.

Ten eerste is het alleen nog toegestaan om drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd in een periode van twee jaar te sluiten. Met het verstrijken van de twee jaar óf met ingang van de vierde arbeidsovereenkomst ontstaat er een overeenkomst voor onbepaalde tijd.
Ten tweede duurt het zes maanden voordat je na een onderbreking tussen overeenkomsten weer een nieuwe keten kunt starten.

Ontslagrecht
Als werkgever kun je vanaf deze datum de ontslagroute niet meer zelf bepalen.
Voor bedrijfseconomisch ontslag en ontslag door langdurige arbeidsongeschiktheid wordt het UWV ingeschakeld. Voor andere redenen komt de kantonrechter er aan te pas. De periode van de procedure kan volledig in mindering worden gebracht op de opzegtermijn. Wel moet een maand opzegtermijn overblijven. Een onderlinge beëindigingsovereenkomst kan alleen schriftelijk. De werknemer heeft daarna een bedenktijd van 14 dagen. De werkgever moet de werknemer hierop wijzen.

Ontslagvergoeding
De ontslagvergoeding wordt gewijzigd in het transitiebudget.
De werknemer kan het budget gebruiken voor bijvoorbeeld scholing of de overstap naar een andere baan. De afspraken van het transitiebudget zijn in het kort:

  • De werkgever betaalt deze vergoeding aan een werknemer die twee jaar of langer bij de werkgever heeft gewerkt.
  • De vergoeding wordt per dienstjaar opgebouwd.
    De regel is: 1/3 maandsalaris per dienstjaar en 1/2 maandsalaris per dienstjaar vanaf het 11e dienstjaar.
  • De vergoeding mag maximaal € 75.000 zijn. Of een jaarsalaris, als dat hoger is.
  • De werkgever kan de kosten van bijvoorbeeld scholing aftrekken van de vergoeding.

VAR 2014 geldig in 2015

De VAR verdwijnt, de BGL is de vervanger. Hiervoor is een wetsvoorstel ingediend.

VAR
Momenteel kennen we vier verschillende soorten Verklaringen arbeidsrelatie (VAR). Wanneer een opdrachtnemer in het bezit is van een VAR-wuo of een VAR-dga vrijwaart zo'n VAR nu de opdrachtgever van de verplichting om loonbelasting en sociale premies in te houden op de vergoeding.
Deze vrijwaring gaat verdwijnen.

BGL
Opdrachtnemers kunnen via een webmodule een Beschikking geen loonheffingen (BGL) aanvragen. Daarbij moet een aantal vragen worden beantwoord. De aanvrager zal vervolgens meteen kunnen zien of de aanvraag wel of niet gehonoreerd wordt. Als het resultaat van de aanvraag is dat er een BGL wordt verstrekt, zal op die BGL een aantal 'stellingen' staan. Het wordt ook een verantwoordelijkheid van de opdrachtgever om te controleren of die stellingen overeenstemmen met de werkelijkheid.
Zou bij een controle blijken dat de werkelijkheid anders is dan in de stellingen weergegeven, dan kunnen er loonbelasting en premies worden nageheven. Ook bij de opdrachtgever.

Het wetsvoorstel moet nog door het parlement behandeld worden. Wel staat vast dat de gewenste ingangsdatum van 1 januari 2015 niet gehaald wordt. Daarom is beslist dat de VAR 2014 voorlopig ook nog geldig blijft in 2015.

BTW-tarief renovatie

Het verlaagde BTW-tarief van 6% voor renovatie en herstel van woningen wordt met een half jaar verlengd en geldt tot 1 juli 2015.

Verhuisregeling hypotheekrenteaftrek

De termijn van de verhuisregeling in de hypotheekrenteaftrek, waarbij mensen renteaftrek krijgen voor een te koop staande leegstaande voormalige of een leegstaande toekomstige eigen woning gaat permanent van twee jaar naar drie jaar. Daarnaast wordt de tijdelijke regeling 'herleving van de hypotheekrenteaftrek na verhuur van een voormalige eigen woning' permanent gemaakt.

Aftrek van restschulden

Door prijsdalingen van huizen in de afgelopen jaren hebben ongeveer 1,1 miljoen huishoudens een huis dat "onder water" staat. Huishoudens met een onderwaterhypotheek zijn minder snel geneigd om te verhuizen, omdat bij verkoop van de woning een restschuld zal overblijven. Om de financierbaarheid van restschulden te verbeteren, wordt de maximale periode voor de aftrek van rente op restschulden verlengd van tien naar vijftien jaar. Hiermee wordt de doorstroming op de woningmarkt bevorderd.

Tweede Kamer stemt in met afschaffen verplichte heffing productschappen

De Tweede Kamer heeft dinsdagmiddag 9 september 2014 ingestemd met het wetsvoorstel van minister Kamp van Economische Zaken (EZ) om de product- en bedrijfschappen (PBO) per 1 januari 2015 op te heffen. De verplichte heffingen die ondernemers moesten betalen aan de PBO’s komen dan te vervallen. Dit betekent een lastenverlichting van circa €220 miljoen voor bedrijven.

Het wetsvoorstel wordt nu voor behandeling naar de Eerste Kamer gestuurd.

Product- en bedrijfschappen voeren allerlei taken uit, zowel voor de overheid als voor het bedrijfsleven, bijvoorbeeld het bevorderen van plant- en diergezondheid en dierenwelzijn en voedselveiligheid. Voor het uitvoeren van de taken vragen de product- en bedrijfschappen een bijdrage van ondernemers. Dat gaat nu veranderen: de verplichte heffing wordt afgeschaft. De overheid neemt de publieke taken over en taken voor het bedrijfsleven kunnen op eigen rekening en op basis van vrijwilligheid worden uitgevoerd door bijvoorbeeld brancheorganisaties. Dan gaat het onder andere om voorlichting en promotie. Het afschaffen van de PBO’s is een afspraak uit het regeerakkoord.

Belastingaanslag 2014 waarschijnlijk hoger dan verwacht

Op de website van de Belastingdienst is het volgende bericht geplaatst:
Sinds 1 januari 2014 is een aantal belastingregels veranderd. De kans is groot dat u daardoor over 2014 meer belasting moet betalen dan u verwacht, of minder terugkrijgt.
Geldt voor u het volgende?
U had in 2014 een of meer van de volgende inkomsten:

  • loon
  • uitkering
  • winst uit onderneming
  • resultaat uit overig werk
Deze inkomsten waren in totaal hoger dan € 25.000.
Dan hebt u in 2014 vermoedelijk te weinig belasting betaald.
Dit heeft gevolgen voor uw aanslag over 2014. Als u belasting moet betalen, is het bedrag waarschijnlijk hoger dan u verwacht. Als u geld terugkrijgt, is het bedrag waarschijnlijk lager dan u verwacht. Het is ook mogelijk dat u verwacht geld terug te krijgen, maar dat u in plaats daarvan moet betalen.

Wetsvoorstel pensioencommunicatie voor advies naar de Raad van State

De wettelijk verplichte informatie over pensioen is voor veel mensen ingewikkeld, moeilijk te begrijpen en omvangrijk. De ministerraad heeft daarom ingestemd met een wetsvoorstel om de pensioencommunicatie te verbeteren door deze beter aan te laten sluiten op de wensen van deelnemers en duidelijker te communiceren over onzekerheden. Daarbij staat het perspectief van de deelnemer centraal.

Daarnaast komen er meer mogelijkheden voor pensioenfondsen voor digitale informatievoorziening richting deelnemers. De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Wiebes beantwoordt vragen over Fiscale verzamelwet 2014

Het kabinet ziet geen aanleiding om de fiscale behandeling van de eigenwoningregeling te herzien. Ook voelt het kabinet er niks voor om de voor dit jaar geldende belastingkorting van 20 procent ook toe te passen als er sprake is van een gedeeltelijke afkoop van een stamrecht. Dit blijkt uit de antwoorden van staatssecretaris Wiebes (Financiën) op de schriftelijke vragen van de Tweede Kamer over de Fiscale verzamelwet 2014.

Wiebes beantwoordt voorts vragen over de volgende onderwerpen:

  • Bepaling CO2-uitstoot bij (geïmporteerde) personenauto’s;
  • Verbruiksperiode en eindfactuur in energiebelasting en leidingwaterbelasting;
  • Beslistermijn toekenning toeslagen;
  • Fiscale behandeling van aanvullend tier 1-kapitaal (eerste nota van wijziging)
  • Bij de beantwoording van de vragen is tevens een tweede nota van wijziging bij de Kamer ingediend waarmee een aantal redactionele en technische aanpassingen worden doorgevoerd. Tenslotte beantwoordt Wiebes in een aparte brief vragen van de Kamer over de fiscale behandeling van de verschillende vermogensinstrumenten waarvan een bank gebruik kan maken.

    Gemiddelde dekkingsgraad van de pensioenfondsen gestegen

    De Nederlandsche Bank meldt dat de gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen in mei is gestegen naar 112 procent. Eind maart bedroeg de gemiddelde dekkingsgraad nog 111 procent.

    Door deze stijging heeft de dekkingsgraad de hoogste stand bereikt sinds april 2011. Van de 275 pensioenfondsen met beleggingen voor risico van het fonds hadden er eind mei 2014 11 een dekkingsgraad van minder dan 105 procent. Dit betekent overigens niet per definitie dat deze fondsen in dekkingstekort verkeren. Per ultimo mei waren er ongeveer 425.000 actieve deelnemers en 200.000 pensioengerechtigden aangesloten bij een pensioenfonds met een dekkingsgraad van minder dan 105 procent.

    Senaat akkoord met Wet hervorming kindregelingen

    De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel hervorming kindregelingen op 24 juni 2014 aangenomen. Concreet betekent dit dat het woud aan regelingen voor ouders met kinderen wordt teruggebracht van tien nu, naar vier in 2015. Door deze vereenvoudiging worden de regelingen effectiever en werken vanuit de bijstand lonend. De kindregelingen worden ook versoberd. In totaal kosten alle kindregelingen nu zo'n 10 miljard euro. Met het terugbrengen van het aantal regelingen, wordt een half miljard euro bespaard.

    Vanaf 1 januari 2015 ontvangen alle alleenstaande ouders met een minimuminkomen dezelfde financiële ondersteuning. Hierdoor gaan alleenstaande ouders met kinderen er financieel op vooruit als ze gaan werken voor het minimumloon. Nu leveren deze ouders juist in als ze gaan werken. Het wordt bovendien duidelijker voor ouders wat een wijziging in hun situatie betekent voor de overheidsbijdrage die ze ontvangen. Ouders die de financiële bijdrage het hardst nodig hebben, worden zoveel mogelijk ontzien.

    Er blijven vier regelingen bestaan voor inkomensondersteuning van ouders: de kinderbijslag; het kindgebonden budget; de combinatiekorting en de kinderopvangtoeslag. De andere zes regelingen verdwijnen. Op verzoek van de Tweede en Eerste en Kamer krijgen alleenstaande ouders in de bijstand die volgens de Belastingdienst wel en volgens de gemeente geen partner hebben volgend jaar niet met de nieuwe regels te maken. Het overgangsjaar wordt gebruikt om te onderzoeken of gemeenten voldoende geld hebben om deze groep waar nodig te ondersteunen.

    Fiscale verzamelwet 2014 Antwoorden

    Staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën) heeft de vragen van de Tweede Kamer over de brede agenda voor de Belastingdienst beantwoord. Gevraagd is onder andere of het belastingstelsel gericht moet zijn op confectiewerk of op maatwerk. Ook is gevraagd of het vereenvoudigingsstreven van Wiebes alleen te realiseren is door de belasting- en toeslagenwetgeving te ontdoen van het instrumentele karakter.

    Wiebes antwoordt hierop het volgende:
    'Bij het inrichten van een belastingstelsel en het vormgeven van een fiscale regeling vindt altijd een afweging plaats van diverse – soms tegenstrijdige – belangen. Soms is – vanuit het oogpunt van rechtvaardigheid – meer maatwerk vereist. Anderzijds is het streven om, zowel met het oog op uitvoering door de Belastingdienst als de begrijpelijkheid voor de burger, het belastingstelsel zo eenvoudig mogelijk te maken en te houden. Dat betekent echter niet dat per definitie “confectiewerk” en daarmee gepaard gaande grofmazigheid het gevolg zijn. Complexiteit kan ook zitten in processen of in vormvereisten. Vereenvoudiging hoeft derhalve niet te betekenen dat de rechtvaardigheid van het belastingstelsel geweld wordt aangedaan. Het is zo dat een wijziging van het belasting- of het toeslagenstelsel kan leiden tot een wijziging van de inkomensverdeling. Het is goed dat we voor ogen houden dat vereenvoudigingen vaak leiden tot winnaars en verliezers, zeker als een vereenvoudiging budgettair neutraal moet worden vormgegeven. Aan de hand van de inkomenseffecten van de wetsvoorstellen en van het gehele kabinetsbeleid, al dan niet bezien in het bredere kader van de koopkrachtontwikkeling, wordt een afweging gemaakt of een vereenvoudiging tot acceptabele gevolgen leidt voor de inkomensverdeling.'

    Voorts geeft Wiebes aan dat de Kamer nog voor het zomerreces een brief over de werkkostenregeling zal ontvangen. En verder beantwoordt hij diverse vragen over voorgenomen verbeteringen binnen de werkprocessen van de Belastingdienst.

    Fiscale verzamelwet 2014 Vragen

    Tweede Kamer stelt schriftelijke vragen over Fiscale verzamelwet 2014.

    De Tweede Kamerfracties hebben een aantal schriftelijke vragen gesteld over het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2014 dat staatssecretaris Wiebes (Financiën) bij de Kamer heeft ingediend.Er zijn onder andere vragen gesteld over de verduidelijking van de aflossingseis van de eigenwoningschuld. Deze verduidelijking heeft betrekking op de situatie dat een schuld bestaat die niet (meer) kwalificeert als een eigenwoningschuld en dat op een later moment wel (weer) gaat doen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan het in enig jaar niet voldoen aan de informatieverplichting maar in de jaren daarna wel. Een andere situatie betreft de schuld van de tweede woning die na verkoop van de bestaande hoofdwoning de nieuwe hoofdwoning wordt. De verduidelijking houdt in dat het oorspronkelijke aflossingsschema van de voorgaande eigenwoningschuld na de periode dat er tijdelijk geen eigenwoningschuld was, weer moet worden voortgezet. Dit geldt ook voor de situatie waarbij hetzij sprake is van meerdere eigenwoningschulden met verschillende looptijden en deze worden overgesloten tot een hoger of lager totaalbedrag hetzij dat sprake is van schulden die later opnieuw kwalificeren als eigenwoningschulden. Verder zijn er vragen gesteld over de volgende in het wetsvoorstel opgenomen onderwerpen:

    • Verduidelijking overgangsrecht stamrechtaanspraken;
    • Bepaling CO2-uitstoot bij (geïmporteerde) auto's;
    • Verbruiksperiode en eindfactuur in de energiebelasting en de leidingwaterbelasting;
    • Beslistermijn toekenning toeslagen;
    • Fiscale behandeling van aanvullend tier 1-kapitaal (Nota van Wijziging).
    De vragen moeten nog door Wiebes worden beantwoord.

    Toch btw-vrijstelling voor zzp'ers in de zorg

    Afgelopen vrijdag is na lange tijd duidelijk geworden dat zzp’ers in de zorg de btw-vrijstelling voor medische diensten kunnen toepassen. In een arrest over een maatschap van operatieassistenten en anesthesieverpleegkundigen en een arrest over een zelfstandig werkende anesthesieverpleegkundige heeft de Hoge Raad op vrijdag 13 juni jl. geoordeeld dat de diensten van zzp’ers moeten worden gezien als medische verzorging, en niet als belaste terbeschikkingstelling van arbeid.

    Bruto minimum(jeugd)loon per 1 juli 2014

    Bruto minimum(jeugd)loon per 1 juli 2014:

    23 jaar € 1.495,20 per maand
    22 jaar € 1.270,90
    21 jaar € 1.084,00
    20 jaar € 919,55
    19 jaar € 785,00
    18 jaar € 680,30
    17 jaar € 590,60
    16 jaar € 515,85
    15 jaar € 448,55

    Mogelijk foutieve toeslag

    Het bedrag van uw toeslag(en) is in oktober mogelijk niet juist.

    Hebt u voor de maand oktober een hoger of lager bedrag ontvangen dan op uw voorschotbeschikking is vermeld? Hebt u in augustus een wijziging doorgegeven aan de Belastingdienst/Toeslagen? En hebt u in 2013 maar voor een deel van het jaar recht op een toeslag? Als u deze vragen met ja kunt beantwoorden, dan heeft de Belastingdienst mogelijk een onjuist bedrag aan u uitbetaald.

    Als dat zo is, ontvangt u van de Belastingdienst een bericht. Op dit moment hoeft u zelf geen actie te ondernemen.

    Hebt u een te laag bedrag ontvangen? Dan ontvangt u een nabetaling. Hebt u een te hoog bedrag ontvangen? Houdt er dan rekening mee dat u dat moet terugbetalen.

    Periodieke giften

    Notariële akte is vanaf 2013 niet meer verplicht bij periodieke giften.

    Periodieke giften zijn nu aftrekbaar als deze giften een looptijd hebben van minimaal 5 jaar of eindigen bij eerder overlijden en worden gedaan aan een ANBI of een vereniging met minimaal 25 leden. Verder geldt momenteel nog de voorwaarde dat de periodieke schenkingen zijn vastgelegd in een notariële akte.

    Dit laatste is in 2014 niet meer verplicht. In plaats van een notariële akte kan een gever ook een giftenaftrek voor periodieke schenkingen claimen als deze schenkingen schriftelijk zijn vastgelegd in een schenkingsovereenkomst. Via de website van de Belastingdienst kunnen gevers straks een modelschenkingsovereenkomst downloaden en deze samen met de ANBI of vereniging voorzien van de benodigde gegevens.

    Middeling

    Bij een sterk wisselend inkomen in de afgelopen jaren kan het interessant zijn om gebruik te maken van middeling.

    Over uw inkomen uit werk en woning wordt een progressief belastingtarief geheven dat kan oplopen tot 52 procent. Hierdoor kan het zijn dat u in een bepaald jaar, bij een hoger inkomen, meer belasting moet betalen. Door gebruik te maken van de middelingsregeling in de Wet Inkomstenbelasting 2001, kan dit belastingnadeel (deels) ongedaan worden gemaakt. Er wordt namelijk een gemiddeld inkomen per jaar berekend over 3 jaren gezien, waardoor u in een lager belastingtarief tercht kunt komen.

    Bewaarplicht gegevens

    De fiscale bewaarplicht voor gegevens van bedrijfspanden is verlengd van 7 naar 10 jaar.

    Iedere ondernemer is wettelijk verplicht zijn administratie 7 jaar te bewaren. In verband met de herzieningstermijn van de aftrek voorbelasting voor onroerende zaken, zoals bedrijfspanden, moeten ondernemers de gegevens van onroerende zaken 10 jaar bewaren.

    Automatische verlenging VAR

    De automatische verlenging van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) geldt ook voor 2014.

    De webmodule die per 1 januari 2014 zou worden ingevoerd, waardoor de automatische verlenging van de VAR zou komen te vervallen, wordt met een jaar uitgesteld.

    U ontvangt uiterlijk in september van dit jaar automatisch een VAR voor 2014 als u aan de voorwaarde voldoet dat u de afgelopen 3 jaar dezelfde VAR heeft aangevraagd die in de tussentijd niet door de Belastingdienst is herzien.

    Willekeurig afschrijven vanaf 1 juli

    Willekeurig afschrijven is mogelijk voor investeringen vanaf 1 juli 2013.

    Afgelopen vrijdag verscheen op de website van de Rijksoverheid een bericht waaruit volgt dat de ministerraad heeft ingestemd met het voorstel van staatssecretaris Weekers en minister Kamp, dat ondernemers van 1 juli 2013 tot het eind van dit jaar direct de helft van nieuwe bedrijfsinvesteringen mogen afschrijven. Dit geldt zowel voor IB-ondernmers als voor vpb-plichtige lichamen. De voorwaarde is dat de investering vóór 1 januari 2016 in gebruik wordt genomen.

    Op vrijdag 1 maart 2013 werd door de minister van Financiën voorgesteld om willekeurige afschrijving op investeringen in 2013 mogelijk te maken. Op 15 april 2013 zijn antwoorden op Kamervragen over het sociaal akkoord gepubliceerd. Hieruit kon worden afgeleid dat deze maatregel voorlopig was ingetrokken. De willekeurig afschrijving wordt nu dus toch (voor een beperkte periode) ingevoerd.